Standaardisatie als versneller
door Alex Pauwels, consultant bij Het ConsultancyHuis
De vraag toen ik aan dit project begon was helder: kunnen we technische tekeningen automatisch controleren? Betrouwbaarheid, herhaalbaarheid en schaal waren daarin essentieel. In de afgelopen acht maanden boog ik me over deze vraag als opdracht bij een van de netbeheerders en het antwoord lag niet primair in technologie.
Ik stapte in dit traject als datanerd met een sterke interesse in kunstmatige intelligentie en een beetje kennis van de praktijk. Niet als engineer, maar met een focus op structuur, samenhang en automatisering. De netbeheerder staat voor een enorme uitdaging: het elektriciteitsnet moet in hoog tempo worden uitgebreid om de energietransitie mogelijk te maken. De druk om engineeringcapaciteit uit te breiden is groot, maar het aanbod in de markt is ook beperkt. Precies daar ligt een enorme kans om te verslimmen. Want wat als je eentonig werk bij engineers weg kan nemen?
Standaardisatie als randvoorwaarde
Het traject richting gestandaardiseerd tekenen was op dat moment al gestart, maar stond nog duidelijk in de kinderschoenen. De intentie was er, maar in de praktijk was er nog veel handwerk en interpretatie nodig. Juist dat maakte automatisering kwetsbaar: variatie en impliciete kennis laten zich lastig vangen in regels of systemen.
Al snel werd duidelijk dat automatisering niet zozeer werd beperkt door techniek, maar door variatie. Zolang tekeningen verschillend worden opgebouwd, afspraken ruimte laten voor interpretatie en veel kennis impliciet is, wordt automatiseren complex en fragiel. Een systeem kan immers alleen automatiseren wat eenduidig is.
Van duidelijkheid naar ondersteuning: bibliotheken, afspraken en CAD-tools
Onderdeel van die standaardisatie was de beschikbaarheid van goede objectbibliotheken en duidelijke afspraken over tekenvereisten. Wanneer vooraf helder is hoe objecten worden opgebouwd en toegepast, verdwijnt onzekerheid tijdens het tekenen.
Daarop konden we hulpmiddelen ontwikkelen die het werken volgens de standaard daadwerkelijk ondersteunen. Werk dat eerder bestond uit veel handmatige stappen, kon met deze nieuwe CAD-tools (onze zelf ontwikkelde AutoCAD‑scripts) grotendeels automatisch correct ingetekend worden.
Zo konden geulbakken – de markeringen op de tekening waarin staat welke kabel waar ligt – nu met het trekken van één enkele lijn direct juist worden geplaatst en ingevuld. Ook kabelaanpassingen en werkfaseringen waren nu met één commando correct te tekenen. Voorheen waren er tientallen stappen nodig om het zelfde te bereiken, waarin er dikwijls een stap werd overgeslagen.
In plaats van achteraf corrigeren, faciliteren deze CAD-tools dus aan de voorkant het juiste gebruik van de standaard.
Het kantelpunt
Met de uitrol van deze combinatie — duidelijke tekenvereisten, consistente bibliotheken en ondersteunende CAD-tools — ontstond er een duidelijk kantelpunt.
Waar de nieuwe standaard aanvankelijk als extra werk werd ervaren door de engineers, groeide gaandeweg het besef dat het ze juist helpt. De hoeveelheid handwerk nam af, interpretatieverschillen werden kleiner en het enthousiasme nam toe. Doordat de engineers zelf ook de meerwaarde inzagen ontstond er een goede samenwerking waarbij hun feedback direct werd meegenomen in het verbeteren van de bibliotheek, voorschriften en CAD-tools. Het resultaat: engineers wisten steeds beter waar ze aan toe waren, en het controlewerk werd consistenter en voorspelbaarder.
Automatisering als logisch vervolg
Pas vanaf dat moment kwam automatisering echt bij ons in beeld. Niet als losstaande innovatie, maar als logisch vervolg op een werkbare standaard. Doordat tekeningen consistenter werden opgebouwd, konden we daar een controlemodel op bouwen. Objecten kregen betekenis, relaties werden herkenbaar en repetitieve controles werden geautomatiseerd. Hierdoor ontstond er meer ruimte voor de gebruikers om vakinhoudelijke discussies te voeren, in plaats van checklists nalopen.
En hoe zit dat dan met AI?
In gesprekken hoor je vaak: “dat lossen we toch wel op met AI?” En eerlijk is eerlijk: tijdens het ontwikkelen van de CAD-tools en het controlemodel heb ik ook volop gebruikgemaakt van AI — vooral als denkpartner, sparringbuddy en versneller in het ontwikkelproces. Maar er zit géén AI in de eindproducten.
Dat is geen bewuste afkeer van AI, integendeel. Ik ben een groot voorstander van het juiste gebruik van AI. En precies daar zit de nuance. AI heeft context en structuur nodig en kan onvoorspelbaar zijn. Zelfs met eenduidige afspraken, consistente tekeningen en een voorspelbare opbouw blijft de inzet van AI complex en fragiel.
De producten doen zonder AI precies wat ze moeten doen: op een voorspelbare en uitlegbare manier. Ze ondersteunen het tekenproces, dwingen structuur af en zorgen voor consistente controles. Het vakinhoudelijke denkwerk laten we voorlopig over aan de eindgebruikers.
Wat dit laat zien
Mijn belangrijkste inzicht uit dit traject is dat automatisering zelden begint bij techniek. Het begint bij standaardisatie die werkt in de praktijk. Standaardisatie is daarbij bijna nooit het einddoel, maar een randvoorwaarde om automatisering robuust, uitlegbaar en schaalbaar te maken. Niet door meer regels op te leggen, maar door het werk eenvoudiger te maken. Niet controlerend, maar faciliterend.
Als tekenen eenvoudiger wordt door de standaard, ontstaat er ruimte om het werk slimmer te organiseren en opent er zich een wereld aan mogelijkheden die veel verder gaat dan het automatisch controleren van een tekening.